In opdracht van het Geldersch Landschap & Kasteelen doen wij inventarisaties van aanwezige stinzenplanten en historische heesters op landgoederen en buitenplaatsen van deze organisatie.
Doel van het onderzoek is om vast te stellen welke stinzenplanten hier voorkomen en indien mogelijk te bepalen hoe oud de betreffende populaties zijn. Ook de aanwezige sierheesters in de parkbossen en parkbosranden worden mee genomen in de inventarisaties.
De inventarisaties vormen een aanvulling op het tuinhistorisch onderzoek dat op deze plekken al verricht is. De aanwezigheid van stinzenplanten en sierheesters vertelt iets over het tuinieren wat hier heeft plaatsgevonden in het recente of verdere verleden. Ook onderzoeken we of sommige soorten inheemse stinzenplanten zoals bosanemoon, gewone salomonszegel, maarts viooltje en lelietje-van-dalen in deze parkbossen oorspronkelijk van nature voorkomen of dat er ook actief mee getuinierd is.
We hebben inmiddels de volgende landgoederen al geïnventariseerd:
2024: Landfort, De Kieftskamp, Vorden, Waardenburg-Neerrijnen
2025: De Ehze, De Voorst, Huis ‘t Velde, Staverden
2026: Warnsborn, Doorwerth, Lichtenbeek
Voor de inventarisaties is een database samengesteld met mogelijk in Gelderland voorkomende stinzenplanten, stinzenbegeleiders en sierheesters. In voorbereiding op de inventarisatierondes worden de kansrijke plekken vanuit de tuinhistorie maar ook vanuit de aanwezige ecologische omstandigheden op kaart gezet. De inventarisaties worden vervolgens via een GIS-systeem ingevoerd waarbij ook gegevens over mogelijke ouderdom, vitaliteit en beheer worden aangegeven. Beheerders van de landgoederen kunnen zo beter rekening houden met de aanwezige stinzenplanten zodat oude waardevolle populaties niet verloren gaan.
Leuke vondsten waren een oude populatie blauwe anemoon op De Kieftskamp en een kleine populatie knikkend vogelmelk op de Voorst. Ook de aanwezigheid van zogenaamde oud-bossoorten kan aanwijzingen geven voor tuinieren in het verleden. Zo blijkt het muurhavikskruid in de oprijlaan van De Kieftskamp een niet inheemse ondersoort Hieracium sylvularum te zijn die hier via uitzaaien van graszaad vermoedelijk is terecht gekomen. Ook is aannemelijk gemaakt dat de beemdooievaarsbek langs de slotgracht van kasteel Neerrijnen vermoedelijk een relict is van de oorspronkelijke inheemse vegetatie uit de regio en alleen hier dankzij het landgoedbeheer heeft weten te overleven.



