Categorie: Openbaar groen
Langs de A2, achter de hoge betonnen geluidswal ten noorden van Utrecht ligt een lange smalle parkenzone van bijna 30 ha. als groen lint voor de woonwijken van Maarssenbroek.
Maarssenbroek is gebouwd in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Het stedenbouwkundigplan van Maarssenbroek is gemaakt door Atelier Stad en Landschap uit Rotterdam. De verschillende wijken bestaan uit 600 tot 700 woningen en worden ontsloten door een ringweg, de ‘buurtverzamelweg’. De parkenzone wordt door een stelsel van lanen verbonden met de buurtparkjes. Hierdoorheen lopen ook de verbindingen van langzaam verkeer. Wijkpark, lanen en buurtparken vormen de hoofdstructuur van de beplanting in Maarssenbroek. Ze zijn door de ontwerpers bedoeld als tegenhanger van de verkeersstructuur die sterk de opzet bepaald. De buurtparkjes hebben een stedelijke inrichting gekregen met borders, fonteinen en pergola’s. In de parkenzone is plaats voor natuurlijke processen en inheemse beplanting. De parken hebben vooral een recreatieve en geluidswerende functie. Ze vormen een groene buffer tussen de A2 en de woonwijk.
De parken zijn in fases aangelegd. Het tijdsbestek tussen de eerste (Boomstede) en de laatste (Valkenkamp/Zwanenkamp) is bijna tien jaar. Ze hebben daardoor ieder een heel eigen karakter. Boomstede onderscheidt zich van de rest, omdat het een andere ontwerper had en een geïsoleerde ligging heeft. Door de doorsnijding van de Verbindingsweg is er geen doorgaande route van Boomstede naar de rest van de parkzones.

Toen de landschapsarchitecten in 1974 begonnen met het ontwerpen van de smalle parkstrook, hadden zij het lege polderlandschap met de smalle verkaveling als basis. Het bureau Brandma en Van Baere, dat Boomstede ontwierp, benutte de oude eendenkooi in Boomstede en werkte de recreatieve activiteiten in detail uit. Later, in 1977, ging L. Wiegersma, die toen in dienst was bij Atelier Stad en Landschap in Rotterdam, aan de slag met de overige parken. Het wijkpark ten noorden van de Verbindingsweg is gebaseerd op een aantal gelijke ontwerpuitgangspunten, maar de drie delen hebben een totaal andere uitwerking gekregen. Hierdoor is een grote ruimtelijke- en gebruiksvariatie is ontstaan. Het uitgangspunt was om de oorspronkelijke landschapstypen van de omgeving Maarssen in de parken terug te laten komen. Het park Fazantenkamp symboliseerde het veenweidelandschap, Reigerskamp het petgatenlandschap en Valkenkamp het landgoederenlandschap van de Vecht. De recreatieve faciliteiten in deze parken waren sober. Zwanenkamp is nooit verder ontworpen. Hier werd een atletiekbaan aangelegd en de rest van het park werd bestemd als mogelijke uitbreiding van sportfaciliteiten.
Veel water in de parken Fazantenkamp en Reigerskamp
Van de gemeente Maarssen hebben we de opdracht gekregen om de parken weer eens kritisch te bekijken en aanbevelingen te doen voor de toekomstige ontwikkeling en het beheer. Hierbij hebben we zowel gekeken naar de ecologische en tuinarchitectonische kwaliteiten als naar de functies voor recreatief gebruik en infrastructuur.
De beplanting in de parken heeft zich in de afgelopen 40 jaar prachtig ontwikkeld. Veel bomen zijn op de voedselrijke klei-veen bodem enorm gegroeid en onder de dichte boom en heesterbeplantingen is een stabiele kruidlaag ontwikkeld met varens, boszegges en de eerste stinzenplanten. De grasweides en de zomen langs de struwelen zijn kruidenrijk en trekken veel vlinders en andere insecten aan. De sloten en waterpartijen hebben een rijke oever- en onderwatervegetatie. Binnen het park zijn diverse recreatieve voorzieningen zoals sportparken, een kinderboerderij, een natuur en milieucentrum en een groot spectaculair speelparcours.
Er zijn echter ook negatieve ontwikkelingen geweest zoals het trace van de hoogspanningsleiding met grote masten dat dwars door het park loopt met het bijbehorende onderhoud. Er is aan de zones langs de woonwijken sprake van een sterke
verrommeling met allerlei soorten schuttingen, tuinhuisjes en afvalhopen. Ook zijn op veel plaatsen in het park beplantingen zo dicht en donker geworden dat er een gevoel van onveiligheid ontstaat. Door grondzettingen en dichtslibben van drainage is er sprake van wateroverlast.
De eikenlaan van Valkenkamp en structuurrijk bos in Boomstede
In ons parkbeheerplan hebben we een lange termijn visie geformuleerd die de basis moet vormen voor verdere toekomstige ontwikkelingen en het beheer. In het algemeen streven we naar een zichtbare, historische en architectonische gelaagdheid, een hoge ecologische waarde en een hoge belevingswaarde. In de meeste gevallen gaan deze drie samen. Maar per park of parkdeel kunnen de accenten verschillen. Om alle functies voor de toekomst de ruimte te geven hebben we een zonering voorgesteld waarbij iedere zone een duidelijke hoofdfunctie krijgt toegewezen. Zo krijgen in de parkhoofdstructuur de laanbomen de kans om uit tegroeien tot oude monumentale lanen met een mooie stinzenbeplanting, in de recreatiezone is ruimte voor ontwikkeling van nieuwe grotere recreatieve voorzieningen, in de buurtzone kunnen kleinschalige recreatieve activiteiten meer ruimte krijgen en in de poldernatuur mag een ruigere natuur zich verder ontwikkelen in combinatie met hakhoutbeheer. Het beheer is afgestemd op de functies van de verschillende zones, van intensief naar extensief.
Ruurd van Donkelaar en Anne van Hirtum