Categorie: Heidebeheer
Aan de hand van oude kaarten hebben we een plan gemaakt om nog meer bos te verwijderen en het heideareaal weer terug te brengen naar de situatie van omstreeks 1960.
Met een groot aantal vrijwilligers is in 2004 ruim een halve hectare bosrand verwijderd en dankzij een subsidie kon bijna drie hectare heide terug gewonnen worden.
Hierbij heb ik specifiek rekening gehouden met de biotopen van de hagedissen. Zandhagedissen houden zich graag op in overgangszones. Ze hebben behoefte aan dichte oude heide als schuilgelegenheid en voort de winterslaap, open plaatsen om te zonnen, kale maar insectenrijke randjes om te jagen en open zand voor het afzetten van de eieren. Levendbarende hagedissen hebben graag rommelige plekken met oud hout, dode boomstobben, graspollen en wat bramenstruweel. Oude pollen heide die nog levensvatbaar waren werden gespaard, van de bochtige smele, het gras wat de heide grotendeels verdrongen had bleven kleine eilandjes en randen gespaard. Deze zijn bijzonder insecten rijk, ook omdat de konijnen hier hun toiletten hadden. De grauwe klauwier jaagt daar graag op mestkevers en af en toe op een hagedis. De afgezaagde boomstammen bleven staan met een kraag oude vegetatie. Een deel van het plagsel werd op wallen en over takkenrillen in de bosrand gezet. Na het plagwerk werden nog wat bomen omgezaagd om als dood hout een verbindingzone met schuilgelegenheid te vormen over de aanvankelijk kale vlakte.
Nu, in de zomer van 2005, staan de eerste heide kiemen weer op het kale zand. Ik ben benieuwd hoe snel de hagedissen deze terreingedeelten weer gunstig genoeg vinden om ze wederom te bevolken.
Een uitgebreid verhaal over dit heideterrein heb ik geschreven in Oase herfst 2004